Inflatie in Nederland per jaar: cijfers 1997–2025 en calculator
De inflatie in Nederland per jaar sinds 1997 in één tabel, de gemiddelden over 5, 10 en 20 jaar, en een calculator die uitrekent wat je geld nu waard is. Met Eurostat-data, naast de eurozone gelegd.
- Auteur
- Insiviz
- Gepubliceerd
- Leestijd
- 5 min lezen

Inhoud
- Hoe hoog is de inflatie in Nederland?
- Inflatie in Nederland per jaar (1997 tot 2025)
- Wat was de gemiddelde inflatie over 5, 10 en 20 jaar?
- Inflatiecalculator: wat is je geld nu waard?
- Waarom was de Nederlandse inflatie in 2022 hoger dan in de eurozone?
- Wat is het verschil tussen de CPI van het CBS en de HICP van Eurostat?
- Wat betekent inflatie voor spaargeld en beleggingen?
- Hoe volg je de inflatie maand voor maand?
Hoe hoog is de inflatie in Nederland?
De inflatie in Nederland was in 2025 gemiddeld 3,0 procent, gemeten met de Europese HICP-maatstaf van Eurostat. Dat is het derde jaar op rij boven de 3 procent en ruim boven de 2 procent waar de Europese Centrale Bank op stuurt. In de eurozone als geheel lag de inflatie in 2025 op 2,1 procent.
Het laatste maandcijfer in de Eurostat-reeks is 2,7 procent voor december 2025. Het CBS publiceert daarnaast elke maand de nationale consumentenprijsindex (CPI), die iets anders is samengesteld en daardoor een paar tienden kan afwijken. Verderop in dit artikel staat precies waar dat verschil zit.
Dit artikel zet alle jaarcijfers sinds 1997 op een rij, rekent de gemiddelden over 5, 10 en 20 jaar uit en bevat een calculator waarmee je uitrekent wat een bedrag uit een eerder jaar vandaag waard is.
Inflatie in Nederland per jaar (1997 tot 2025)
De tabel toont de jaargemiddelde inflatie volgens de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). Dezelfde maatstaf voor de eurozone staat ernaast, zodat je ziet wanneer Nederland afweek van het gemiddelde.
| Jaar | Nederland | Eurozone |
|---|---|---|
| 1997 | 1,9% | 1,6% |
| 1998 | 1,8% | 1,1% |
| 1999 | 2,0% | 1,1% |
| 2000 | 2,3% | 2,1% |
| 2001 | 5,1% | 2,3% |
| 2002 | 3,9% | 2,3% |
| 2003 | 2,2% | 2,1% |
| 2004 | 1,4% | 2,1% |
| 2005 | 1,5% | 2,2% |
| 2006 | 1,6% | 2,2% |
| 2007 | 1,6% | 2,1% |
| 2008 | 2,2% | 3,3% |
| 2009 | 1,0% | 0,3% |
| 2010 | 0,9% | 1,6% |
| 2011 | 2,5% | 2,7% |
| 2012 | 2,8% | 2,5% |
| 2013 | 2,6% | 1,4% |
| 2014 | 0,3% | 0,4% |
| 2015 | 0,2% | 0,2% |
| 2016 | 0,1% | 0,2% |
| 2017 | 1,3% | 1,5% |
| 2018 | 1,6% | 1,8% |
| 2019 | 2,7% | 1,2% |
| 2020 | 1,1% | 0,3% |
| 2021 | 2,8% | 2,6% |
| 2022 | 11,6% | 8,4% |
| 2023 | 4,1% | 5,4% |
| 2024 | 3,2% | 2,4% |
| 2025 | 3,0% | 2,1% |
Drie momenten springen eruit. In 2001 steeg de inflatie naar 5,1 procent, mede door de belastingherziening van dat jaar waarbij het hoge btw-tarief van 17,5 naar 19 procent ging. Tussen 2014 en 2016 was er nauwelijks inflatie: drie jaar op rij onder een half procent. En 2022 was met 11,6 procent het uitschieterjaar van de hele reeks, gedreven door de energieprijzen na de Russische inval in Oekraïne.
Wat was de gemiddelde inflatie over 5, 10 en 20 jaar?
Percentages per jaar kun je niet zomaar optellen of middelen. Prijsstijgingen stapelen: 10 procent op 10 procent is 21 procent, niet 20. Daarom rekent Eurostat met een prijsindex waarbij 2015 gelijk staat aan 100. De Nederlandse index stond eind 2025 op 135,9.
| Periode | Totale prijsstijging | Gemiddeld per jaar | €1.000 kost nu | Koopkracht van €1.000 |
|---|---|---|---|---|
| 2020 tot 2025 (5 jaar) | 27,0% | 4,90% | €1.270 | €787 |
| 2015 tot 2025 (10 jaar) | 35,9% | 3,11% | €1.359 | €736 |
| 2005 tot 2025 (20 jaar) | 58,8% | 2,34% | €1.588 | €630 |
| 1996 tot 2025 (hele reeks) | 97,4% | 2,37% | €1.974 | €507 |
Twee dingen vallen op. Over twintig jaar zit het gemiddelde met 2,3 procent per jaar dicht bij de doelstelling van de ECB. Maar de laatste vijf jaar deden bijna twee keer zoveel: iets wat in 2015 €1.000 kostte, kost nu €1.359, en €1.000 uit 1996 heeft nog ongeveer de helft van zijn koopkracht.
De kolom "koopkracht van €1.000" is de spiegel van de kolom ervoor: het bedrag waarmee je in het beginjaar hetzelfde kocht als met €1.000 nu.
Inflatiecalculator: wat is je geld nu waard?
Vul een bedrag en twee jaren in. De calculator deelt de prijsindex van het eindjaar door die van het beginjaar en laat zowel de prijsstijging als het koopkrachtverlies zien.
Inflatiecalculator Nederland
Rekent met de jaargemiddelden van de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) van Eurostat, 1996 tot en met 2025.
- Zelfde koopkracht in 2025
- € 1.359
- Prijsstijging over 10 jaar
- 35,9%
- Koopkracht van € 1.000 uit 2015
- € 736
Wat je in 2025 nodig hebt voor wat € 1.000 in 2015 kocht.
Gemiddeld 3,1% per jaar.
In prijzen van 2015, als het bedrag ondertussen niet groeide.
Bron: Eurostat, HICP jaargemiddelde index Nederland (2015 = 100). Het CBS-cijfer (CPI) wijkt licht af omdat het mandje anders is samengesteld.
De formule erachter is kort: bedrag × index eindjaar ÷ index beginjaar. Voor €5.000 uit 2010 wordt dat 5.000 × 135,86 ÷ 92,05 = €7.380. Wie in 2010 €5.000 op een rekening zonder rente liet staan, heeft in prijzen van 2010 nog €3.388 over.
Waarom was de Nederlandse inflatie in 2022 hoger dan in de eurozone?
In 2022 lag de Nederlandse inflatie met 11,6 procent ruim boven de 8,4 procent van de eurozone. Daar zijn twee redenen voor.
De eerste is de energiemix. Nederlandse huishoudens stoken relatief veel gas en hadden vaker variabele contracten, waardoor de gasprijs snel in de winkelprijs doorwerkte.
De tweede is de meetmethode. Het CBS berekende de energieprijzen in de index tot juni 2023 op basis van nieuwe contracten. Toen die prijzen in 2022 explodeerden, telde dat direct volledig door, terwijl veel huishoudens nog een oud, goedkoper contract hadden. Sinds juni 2023 gebruikt het CBS de prijzen van alle lopende contracten, wat het cijfer minder schokkerig maakt. Andersom werkte dit ook: in 2023 daalde de gemeten inflatie in Nederland sneller dan in de eurozone (4,1 tegenover 5,4 procent).
Wat is het verschil tussen de CPI van het CBS en de HICP van Eurostat?
Beide indices meten hoeveel duurder een mandje goederen en diensten wordt, maar het mandje verschilt.
- De CPI van het CBS rekent de kosten van het wonen in een eigen huis mee via een toegerekende huur. Ook enkele belastingen en heffingen wegen anders.
- De HICP laat de eigen woning buiten beschouwing en volgt Europese regels, zodat landen vergelijkbaar zijn. Op deze maatstaf stuurt de ECB.
In gewone jaren liggen beide cijfers dicht bij elkaar. In 2022 was het verschil groot: 10,0 procent volgens de CPI tegenover 11,6 procent volgens de HICP, vooral doordat energie in de HICP zwaarder weegt. Wie Nederland met andere landen vergelijkt, gebruikt de HICP. Wie Nederlandse loonafspraken of huurverhogingen volgt, ziet meestal de CPI, omdat die daarin als referentie dient.
Wat betekent inflatie voor spaargeld en beleggingen?
Inflatie is de maatstaf waar elk rendement tegen afgezet moet worden. Het rendement na inflatie heet het reële rendement en volgt uit:
reëel rendement = (1 + nominaal rendement) ÷ (1 + inflatie) − 1
Een paar rekenvoorbeelden bij de inflatie van 2025 (3,0 procent) en 2022 (11,6 procent):
| Nominaal rendement | Inflatie | Reëel rendement |
|---|---|---|
| 1,5% (spaarrekening) | 3,0% | −1,46% |
| 2,5% (deposito) | 3,0% | −0,49% |
| 7,0% (beleggingen) | 3,0% | +3,88% |
| 7,0% (beleggingen) | 11,6% | −4,12% |
De tabel laat zien waarom een positief spaarrendement toch koopkrachtverlies kan zijn, en waarom ook een goed beleggingsjaar in een jaar als 2022 reëel negatief uitpakte. Ze zegt niets over wat een individuele belegger zou moeten doen: rendementen uit het verleden zijn geen voorspelling, en risico is in deze tabel niet meegenomen.
Notitie: In Insiviz staan je eigen rendementen nominaal weergegeven, in euro's. De economiepagina toont daarnaast de laatste inflatiecijfers van Nederland, de eurozone en de VS, zodat je de twee naast elkaar kunt leggen.
Hoe volg je de inflatie maand voor maand?
Het CBS publiceert het Nederlandse inflatiecijfer meestal in de eerste week na afloop van de maand, met een snelle raming rond de eerste werkdag en het definitieve cijfer een week later. Eurostat publiceert de flash-raming voor de eurozone aan het einde van dezelfde maand.
De maandcijfers schommelen meer dan de jaargemiddelden in de tabel hierboven. In 2025 bewoog de Nederlandse maandinflatie tussen 2,4 procent (augustus) en 4,1 procent (april), terwijl het jaargemiddelde op 3,0 procent uitkwam. Een enkel maandcijfer zegt daarom weinig; de trend over een paar maanden zegt meer.
Bronnen
Veelgestelde vragen
Hoe hoog is de inflatie in Nederland nu?
Het laatste jaargemiddelde van Eurostat is 3,0 procent voor 2025. Het laatste maandcijfer in de Eurostat-reeks is 2,7 procent voor december 2025. Het CBS publiceert elke maand een eigen CPI-cijfer dat hier licht van afwijkt.
Wat was de inflatie in 2022?
Volgens de Europese HICP-maatstaf was de Nederlandse inflatie in 2022 gemiddeld 11,6 procent, het hoogste cijfer sinds de start van de reeks in 1997. Het CBS kwam met de nationale CPI op 10,0 procent.
Hoe bereken je de inflatie over meerdere jaren?
Niet door percentages op te tellen, maar door de prijsindex van het eindjaar te delen door die van het beginjaar. Tussen 2015 en 2025 steeg de index van 100,0 naar 135,9, dus 35,9 procent in totaal, ofwel gemiddeld 3,1 procent per jaar.
Wat is het verschil tussen de CPI van het CBS en de HICP van Eurostat?
Beide meten prijsstijgingen van een mandje consumentengoederen, maar het mandje verschilt. De CPI van het CBS rekent onder meer de kosten van de eigen woning mee, de HICP niet. De HICP is de maatstaf waarop de Europese Centrale Bank stuurt en maakt landen onderling vergelijkbaar.
Insiviz geeft geen beleggingsadvies. Dit artikel legt uit en rekent voor met openbare data en de cijfers uit het dashboard. Wat je met die cijfers doet, bepaal je zelf. Beleggen brengt risico's met zich mee.
Verder lezen
- Rendement
Rendement berekenen op je beleggingen: simpel, TWR en XIRR
Zo bereken je het rendement op je beleggingen, ook met stortingen tussendoor. Simpel rendement, tijdgewogen rendement (TWR) en geldgewogen rendement (XIRR) uitgelegd met één doorgerekend voorbeeld, plus jaarrendement en reëel rendement.
- Dividend
Dividendkalender AEX 2026: wanneer betalen Nederlandse aandelen?
De dividendkalender van de AEX voor 2026 per fonds, met ex-dividenddatums, betaaldatums en bedragen uit de laatste uitkeringen. Plus uitleg over ex-datum, recorddatum en betaaldatum, en hoe je je eigen dividendagenda bijhoudt.